Topic outline

  • De lijn

    De Lijn (mentor van Nu Blz. 57)

    Laat de leerlingen op een lijn gaan staan. Voor de wijze waarop kunnen verschillende uitgangspunten worden gehanteerd, bijvoorbeeld:

    Leeftijd: de oudste leerling gaat helemaal links, de jongste helemaal rechts.

    Naam: de leerling met een achternaam die begint met een A staat helemaal links en die met een Z helmaal rechts.

    Lengte: de langste leerling staat helemaal links en de kortste helemaal rechts.

    Hobby: de leerling met een hobby die begint met een A staat helemaal links, degene met een Z rechts.

    Kleding: de leerling met de donkerste kleding staat helemaal links en de lichtst geklede hlemaal rechts.

    Handen voelen: de leerling met de warmste handen staat helemaal links en de leerling met de koudste handen rechts.

    Woorden kiezen: laat elke leerling een word kiezen dat voor hem belangrijk is: de leerling met een word dat begint met een A staat heelmaal links, met een Z rechts.


    Bij elke opstelling vraag je aaniedereeen iets over zichzelf te vertellen. Bijvoorbeeld bij de lijn op leeftsij: Ben je thuis de oudste, middelste of de jongste? O als de leeerling op lengte staan: "hoe vind je het om de langste / kortste te zijn?.

    • Drie foto's

      Op een aantal tafels (of op de grond) liggen allerlei foto's, afbeeldingen uit tijdschriften en ansichtkaarten. Zorg ervoor dat er minstens vijf keer zoveel afbeeldingen zijn als het totale aantal leerlingen.
      Elke leerling zoekt drie afbeeldingen uit.

      1 Een afbeelding die past bij het gevoel dat de leerling op dat moment heft.

      2 Een afbeelding die symbol staat voor een kwaliteit van de leerling.

      3 Een afbeelding die het gezin van herkomst van de leerling symboliseert.
      Denk daarbij bijvoorbeeld aan de rol van deze leerling in he gezin, de groottse van het gezin, de sfeer binnen het gezin, de manier waarop daarin met emoties, conflicten en complimenten wordt omgegaan.


      Zodra de leerlingen elk drie aafbeeldingen hebben uitgkozen, gaan ze zitten.

      Vervolgens vertelt iedere leerling bij elke afbeeldng waarom hij deze heft uitgekozen.

      De mentor stelt eventueel aanvullende vragen over de drei thema's.
      Je kunt de leerling ook vooraf de opdracht geven om zelf naar afbeeldingen te zoeken en deze mee te nemen. Zorg er echter wel voor dat jij zelf ook het nodige achter de hand hebt voor de leerlinen die hun afbeeldingen vergeten mee te nemen. 

      • Compliment

        Terwijl de leerlingen in een kring zitten, wordt een stoffen bal zachtjes van de een naar de andere overgegooid. De leerling die gooit, noemt hierbij de naam van de leerling naar wie hij de bal gooit (indien hij de naam niet meer weet, vraagt hij deze aan de desbetreffende leerling). Hij geeft een compliment aan de ander. De ontvanger van de bal bedankt voor het compliment van diegene die werpt.

        Voorbeeld:

        "Martin, fijn dat je elke keer weer probeert mij op mijn gemak te stellen."

        "Graag gedaan, Youssef."


        "Kelly, bedankt voor je traktatie."

        "Graag gedaan, Renate."


        "Johanna, jouw parfum ruikt heerlijk."

        "Bedankt, Tim."