Topic outline

  • 2.0 Voorkennis

    Als er dingen gebeuren, kan je vaak een verband hiervan maken. Een verband geeft aan hoe iets verloopt.


    Denk bijvoorbeeld aan een kaars die aanstaat of het geld dat je betaalt voor water.



    • 2.1 Formules met haakjes

      In sommige formules staan haakjes. In deze paragraaf moet je oefenen met het invullen van formules met haakjes.


      • 2.2 Formules met een deelstreep

        In sommige formules staat een deelstreep.

        Als er een deelstreep staat moet je opletten, tijdens het invullen van de formule op je rekenmachine.

        De "dingen"die op de deelstreep staan, moet je namelijk tussen haakjes zetten op je rekenmachine.


        • 2.3 Formule, tabel en grafiek

          Aan het einde van de les moet je formule van een grafiek en een tabel kunnen maken.

          In de onderstaande video's zie je hoe dit gaat.


          Als je het moeilijk vindt om van een grafiek een formule te maken, maak dan eerst een tabel van de grafiek. En dan de tabel een grafiek. Dit is vooral aan te raden bij een grafiek die moeilijk is af te lezen.



           

          • 2.4 Vergelijkingen met grafieken oplossen

            Als je twee grafieken hebt getekend, kan je deze vergelijken.

            De twee grafieken komen elkaar namelijk tegen.

            Het punt waar ze elkaar tegenkomen, heet het snijpunt. Bij het snijpunt zijn de grafieken even veel waard.



            • 2.5 Inklemmen

              Als je een formule krijgt, dan moet je goed opletten wat je moet doen.

              Soms moet je namelijk een uitkomst zoeken.


              Als je een uitkomst moet zoeken, dan ben je aan het inklemmen.

              Je vult steeds iets in, net zolang je een uitkomst vindt. Als je inklemt moet je een tabel maken.

              In de video laten ze je zien, hoe je inklemmen moet opschrijven.



              • Oefentoets

                Als je een oefentoets wilt maken, klik dan hier.

                Ga net zo lang door tot je 80% scoort.