Topic outline

  • 2.1 Kaart en doorsnede

    Als er geen wegen zijn, heb je iets anders nodig om te bepalen welke kant (richting) je op moet.

    Je hebt dan de koers of koershoek nodig. Een koers geeft in graden aan welke kant je gaat.

    De koers van Bonaire naar Curacao is bijvoorbeeld altijd hetzelfde.


    In deze paragraaf leer je een koers opmeten en een koershoek tekenen.

    Omdat je met koersen altijd te maken hebt met kaarten, komt ook het onderwerp schaal weer voorbij.

    Mocht je vergeten zijn wat schaal betekent, kan je dat hier terugkijken.


    Koershoek tekenen

    Koershoek bepalen:


    • 2.2 Hoogtelijnen

      Als je alle punten die even hoog zijn met elkaar verbindt dan maak je een hoogtekaart.

      In de video wordt uitgelegd hoe dat precies werkt.



      • 2.3 Doorsnede en diagonaalvlak

        Als je iets doorsnijdt, krijg je een doorsnede.

        Een doorsnede is een vlak figuur.


        Je maakt in deze paragraaf oefeningen met doorsneden.

        Je leert met de stelling van Pythagoras een diagonaalvlak uit te rekenen, en je leert een doorsnede op ware grootte tekenen.



        • 2.4 Aanzichten

          Je kan vanaf verschillende kanten naar iets toe kijken.

          Dit noem je aanzichten. Aanzichten kom je overall tegen. Denk eraan als je een plattegrond maakt. Of een auto vanaf de zijkant tekent.


          In deze paragraaf leer je aanzichten herkennen en aanzichten tekenen.

          Je moet aanzichten kunnen tekenen en aanzichten kunnen benoemen.


          Hieronder staan video's over dit onderwerp:


          Aanzichten tekenen

          Aanzichten benoemen


          • 2.5 Ruimtefiguren

            Als je in de bouw werkt, heb je veel te maken met ruimtelijke figuren.

            Ruimtelijke figuren zijn overal om je heen. Je moet ze alleen leren herkennen.


            In de video worden alle ruimtelijke figuren en de kenmerken besproken: